We veronderstellen een beperkt aantal positieve getallen: g1, g2, g3, ...gn en de reciproque getallen: 1/g1, 1/g2, 1/g3, ...1/gn.

Zoals bekend zijn er drie soorten gemiddelde te berekenen in het getallendomein door gebruik te maken van de operaties + en ×. Elk gemiddelde is idempotent voor de gekozen operaties en zal dus de functie van eenheid kunnen vervullen.

Met het inzicht dat we de reciproque als “iets anders” in het getallendomein kunnen voorstellen, kunnen we de gemiddelden nu ook noteren als:

RG(g1, g2, g3, ...gn)∼(g1+g2+g3+...+gn)×<n>

GG(g1, g2, g3, ...gn)∼(g1×g2×g3×...×gn)<n>

HG(g1, g2, g3, ...gn)∼<<g1>+<g2>+<g3>+...+<gn>>×n

We kunnen uiteraard ook de volgende gemiddelden berekenen door de operatie van inbedding enkel uit te voeren op de gi:

RG(<g1>, <g2>, <g3>, ...<gn>)∼(<g1>+<g2>+<g3>+...+<gn>)×<n>

GG(<g1>, <g2>, <g3>, ...<gn>)∼(<g1>×<g2>×<g3>×...×<gn>)<n>

HG(<g1>, <g2>, <g3>, ...<gn>)∼<<<g1>>+<<g2>>+<<g3>>+...+<<gn>>>×n

Hieruit volgt dat:

<RG(<g1>, <g2>, <g3>, ...<gn>)>∼<(<g1>+<g2>+<g3>+...+<gn>)×<n>>

<GG(<g1>, <g2>, <g3>, ...<gn>)>∼<(<g1>×<g2>×<g3>×...×<gn>)<n>>

<HG(<g1>, <g2>, <g3>, ...<gn>)>∼<<<<g1>>+<<g2>>+<<g3>>+...+<<gn>>>×n>

Omdat de reciproque (de inbedding) enkel op het getalproduct ageert en niet op de exponent stellen we nu vast dat

<RG(<g1>, <g2>, <g3>, ...<gn>)>∼<<g1>+<g2>+<g3>+...+<gn>>×n∼HG(g1, g2, g3, ...gn)

<GG(<g1>, <g2>, <g3>, ...<gn>)>∼<(<g1>×<g2>×<g3>×...×<gn>)<n>>∼(g1×g2×g3×...×gn)<n>×<g1×g2×g3×...×gn>

<HG(<g1>, <g2>, <g3>, ...<gn>)>∼(g1+g2+g3+...+gn)×<n>∼RG(g1, g2, g3, ...gn)

Enkel RG en HG zijn aan elkaar gerelateerd. GG staat daarbuiten omdat het enkel aan zichzelf gerelateerd is door de exponent.